Voor vleesvarkenshouders was 2009 een mager jaar. Die conclusie valt te trekken uit de kengetallenspiegel van Agrovision over 2009. De gemiddelde voerwinst per zeug steeg van 439 naar 639 euro. Het saldo kwam uit op 502 euro per zeug. In 208 was dat 311 euro. De gemiddelde bedrijfsgrootte steeg van 325 naar 349 zeugen. Het aantal bedrijven in de administratie daalde van 471 naar 437.
De saldostijging is voor een groot deel te verklaren uit de hogere biggenprijs en de lagere voerkosten. De opbrengstprijs per big was in 2008 € 40,77 en in 2009 werd een prijs van € 44,32 gerealiseerd. De biggenvoerkosten per kilo groei daalden van 46 cent naar 40 cent.
In 2009 steeg het aantal grootgebrachte biggen per zeug van 26,5 naar 26,8.
In de vleesvarkenshouderij ging de voerwinst per gemiddeld aanwezig varken van 75 naar 69 euro. Het saldo per gemiddeld aanwezig varken daalde van 68 naar 62 euro. De belangrijkste oorzaken voor deze teruggang zijn de biggenprijs en de opbrengstprijs per kilo geslacht gewicht. De biggenprijs ging van € 41,59 in 2008 naar € 45,59 in 2009. De opbrengstprijs per kilo geslacht gewicht ging van € 1,46 naar € 1,33.
Het aantal bedrijven in de Agrovision-administratie ging van 603 in 2008 naar 563 in 2009. Het aantal varkensplaatsen per bedrijf steeg van 1.392 naar 1.522. De technische resultaten zijn sterk verbeterd. De groei per dag ging van 779 naar 794 gram. De voerconversie ging van 2,75 naar 2,71. De voerkosten per kilo groei daalden van 72 cent in 2008 naar 58 cent in 2009.





