Alleen de NVV-biggenprijs benadert het niveau van de Duitse notering. Dat blijkt uit een vergelijking in het biggenprijzenonderzoek dat De Groene Belangenbehartiger (DGB) in opdracht van de NVV heeft uitgevoerd. Uit deze vergelijking blijkt dat Weser-Ems over 2009 gemiddeld uitkwam op € 48,95. De NVV-prijs zit daar met gemiddeld € 46,06 bijna 3 euro onder, op afstand gevolgd door de DPP-notering met € 34,75. De noteringen van Vion en Vleuten waren respectievelijk € 32,35 en € 32,60. Het verschil tussen de Duitse en Nederlandse noteringen loopt daardoor op tot € 16,60.
De notering staat niet gelijk aan de opbrengstprijs. DGB signaleert in het onderzoek dat de toeslagen op de noteringen, zeker de DPP-, Vion- en Vleutenprijs vorig jaar weer verder op zijn gelopen. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de gemiddelde prijs die deelnemers aan het onderzoek ontvingen met € 48,65 duidelijk boven de noteringen ligt. Op het hoogtepunt werd er op de DPP- en Vionprijs 16 euro toeslag betaald. De NVV- en Weser-Ems-notering liggen het dichtst bij het werkelijk betaalde gemiddelde. Volgens DGB komt dat omdat beide producentennoteringen zijn.
Door deze toeslagen is het verschil tussen de prijzen die vermeerderaars in Nederland en Duitsland ontvangen niet zo groot als het verschil tussen de noteringen. Toch concludeert DGB dat vermeerderaars die aan de Duitse markt leveren een duidelijke hogere opbrengstprijs krijgen. Deze markt is echter maar voor een beperkt aantal bedrijven geschikt vanwege strenge eisen.





