De organisaties stellen vast dat de schade van ganzen en smienten buiten de foerageergebieden te hoog is. In de foerageergebieden zitten er volgens hen wel volop ganzen en smienten, maar het aandeel in de totale populatie van deze dieren is te klein.
Zo worden maatregelen bepleit om meer overwinterende ganzen in foerageergebieden te laten verblijven. Door in foerageergebieden gericht te bemesten en in te zaaien kan het voedselaanbod worden verbeterd, waardoor de vogels minder snel elders eiwitrijk voedsel gaan zoeken.
Effectieve bejaging blijft volgens LTO en NPN nodig, inclusief afschot van ganzen. Met alle inzet en instrumenten willen ze voorkomen dat de ganzen buiten de foerageergebieden van het ene naar het andere perceel heen en weer blijven vliegen. Ook kan het plaatselijk niet meer verjagen van de vogels, bijvoorbeeld op percelen direct naast de foerageergebieden, de rust in de gebieden bevorderen.





