Mogelijkheden op vrijkomende locaties raken zo onderbelicht, vinden Willem Rienks en Wim Meulenkamp, beide werkzaam bij ROM3D, onderzoeks- en adviesbureau voor het landelijk gebied.
Het aantal agrarische bedrijven in Nederland daalt. Tegelijkertijd worden blijvers steeds groter. Beide fenomenen hebben grote impact op het beleid voor ruimtelijke ordening. Veel gemeenten vrezen enerzijds het wegvallen van de landbouw als economische drager. Anderzijds worstelen ze met het fenomeen megastal.
Gemeenten en agrarische belangenbehartigers houden zich krampachtig vast aan vastgesteld (reconstructie)beleid. Omdat er nu eenmaal niets anders is. Dit beleid heeft echter een volkomen verkeerde uitwerking. Vroeger groeiden bedrijven geleidelijk. Hiervoor bestond draagvlak. Dankzij reconstructiebeleid is het mogelijk geworden ineens een nieuw bouwblok van 3 hectare vol te bouwen. Hiervoor is onder de bevolking geen draagvlak. Sterker nog, burgers zijn zeer argwanend geworden richting alle landbouwontwikkelingen. Gevolg is een bezwaarregen tegen alle agrarische uitbreiding.
Nieuwe technieken kunnen stallen grotendeels emissiearm maken. De noodzaak voor verplaatsing is daardoor vaak achterhaald. De afgelopen jaren zijn bovendien veel boeren gestopt. Nieuwe welzijnsregels zullen per 2013 opnieuw een golf van stoppers veroorzaken. Van deze stoppers zijn veel locaties geschikt voor hernieuwde agrarische ontwikkeling. Ontgin hiervoor geen veldkavels. Nieuwbouw op veldkavels lijkt in eerste instantie goedkoper en makkelijker. In praktijk valt dit tegen vanwege bezwaren en alle vergunningtrajecten. Uitgangspunt zou moeten zijn bestaande bouwblokken te benutten. Zorg daarbij voor een goede sloopregeling zodat vrijkomende locaties 'schoon' opgeleverd worden en nieuwe eigenaar een nieuwe start kan maken.
Overheid en agrobedrijfsleven moeten hierin samen op trekken. Het begint ermee gedetailleerd in beeld te brengen hoe de landbouw in een gemeente in elkaar zit. Wie stopt en wie gaat door? Welke plekken van stoppers bieden ruimte? Wat willen de stoppende boeren? Ga met ze praten. Hieruit zal blijken hoe stoppers en ontwikkelende blijvers het beste gefaciliteerd worden.


