Dat meldt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE), medefinancier van het project.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door RIVM, GD, CVI en WUR. De vleeskuikensector maakt deel uit van een begeleidingscommissie. Het onderzoek is een vervolg op een eerder onderzoek naar de MRSA-bacterie bij slachterijen, waar 35 procent van de koppels besmet bleek. Daarbij is echter alleen naar koppels aan de slachtlijn gekeken.
De onderzoekers hopen nu in beeld te krijgen in welke mate de bacterie voorkomt op vleeskuikenbedrijven, bij de mensen die daar werkzaam zijn en bij hun familieleden. Daarvoor worden verschillende monsters genomen bij de dieren, in de stal, bij vleeskuikenhouders, medewerkers en gezinsleden en in het woonhuis. Daarnaast wordt via enquĂȘtes gekeken naar de transmissie van pluimvee op mensen, de risicofactoren voor MRSA in de vleeskuikenhouderij en mogelijke interventiemaatregelen.
De onderzoekers wilden 200 bedrijven onderzoeken. De sector vond dat echter een te grote omvang om mee te beginnen. De steekproef is daarom in eerste instantie teruggebracht tot vijftig bedrijven. Eerst worden tien bedrijven onderzocht om de juiste manier van monstername en analyse te bepalen, waarna deze technieken op veertig andere bedrijven worden toegepast. Aan de hand van deze resultaten wordt bepaald of er onderzoek op grotere schaal nodig is. Het onderzoek zal naar verwachting twee jaar duren. Omdat er nog geen zekerheid is over de financiering van het project staat nog niet vast wanneer de resultaten bekend zijn, maar de onderzoekers hopen zo snel mogelijk te beginnen.


