Dat zeggen veterinaire deskundigen. Er is hier echter geen onderzoek naar gedaan, waardoor er niets met zekerheid is te zeggen. "De vaccinatie zelf kan er niet toe leiden dat een dier postief wordt getest. Het gaat om een afgedood vaccin, waardoor er geen bacteriën in het dier komen", aldus Fred van Zijderveld van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van de Wageningen UR.
"We sluiten niet uit dat een besmet dier tijdelijk meer bacteriën gaat uitscheiden. Dat kan komen doordat het vaccin invloed heeft op het immuunsysteem. Doordat het immuunsysteem tijdelijk meer energie steekt in het vaccin, zou de bacterie zelf actiever kunnen worden, wat leidt tot een hogere uitscheiding van bacterie", aldus Van Zijderveld.
Ook Wessel Swart van vaccinproducent Ceva Animal Health zegt dat de belasting van het immuunsysteem door het vaccin in theorie zou kunnen leiden tot verhoogde uitscheiding. Maar bewijzen zijn hier niet voor. Delen van het vaccin hebben hetzelfde DNA als de bacterie. De PCR-tests die gebruikt worden om Q-koorts vast te stellen doen dit op basis van bepaalde stukjes DNA.
"Het vaccin werkt op het immuunsysteem en gaat niet het hele lichaam door. DNA van het vaccin kan niet in de melk terechtkomen", legt Swart van Ceva Animal Health uit. De geitenhouders maken zich zorgen over de betrouwbaarheid van het testen en het effect van vaccinatie hierop. Er zouden geitenbedrijven zijn die voor vaccinatie negatief waren, maar na vaccinatie positief. "Als dit het geval is, was er toch al sprake van een besmetting op het bedrijf. Deze zou richting het aflammerseizoen alsnog zichtbaar worden omdat de uitscheiding dan toeneemt."
De Gezondheidsdienst voor Dieren ontkent dat vaccinatie effect heeft op de uitscheiding, omdat het om een dood vaccin gaat.



