Dat gebeurde onder de hoede van de tabaksindustrie, die met zijn moeizame imago het slim achtte een lobbybureau en bedrijven in de agrarische-, voedings- en chemische industrie in te schakelen voor de lobby. Zo bleven de tabaksbedrijven op de achtergrond en werden wél de doelen gehaald. Door de betrokkenheid van bedrijven als in het onderzoek genoemde Unilever en Bayer gaan de implicaties verder dan tabak.
Natuurlijk staat het iedereen vrij te lobbyen voor zijn of haar belang. Maar dat het bedrijfsleven zo machtig is dat commerciële belangen zwaarder wegen dan milieu en volksgezondheid, geeft te denken. Zeker als de wetgever de bron van de lobby niet eens meer herkent.
Helemaal wrang is dat de gewone producenten in dezelfde sector – boeren en tuinders – jaar na jaar geconfronteerd worden met nieuwe regels die juist zijn ingegeven door volksgezondheid en milieu. Het commerciële belang van hen in die gevallen (kosten) weegt dan niet of nauwelijks. Dat is meten met twee maten en de EU-onwaardig.





