Dat blijkt uit de resultaten van het tankmelkonderzoek dat de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer in opdracht van 1.200 melkveehouders heeft uitgevoerd.
De GD kan tankmelk screenen op antistoffen tegen maagdarmwormen. In de loop van het seizoen neemt het aantal bedrijven toe, dat te maken heeft met de parasiet.
Dit jaar deed de GD in mei en augustus onderzoek bij 100 bedrijven. Daarbij bleek dat in die periode een lichte toename was van het aantal besmette bedrijven, tot ongeveer 60 procent in augustus.
In november is een tankmelkonderzoek gedaan bij 1.200 bedrijven, waarbij bleek dat ongeveer 30 procent van de bedrijven geen of weinig antistoffen in de melk heeft. De rest heeft veel of zeer veel antistoffen.
Volgens Erik van Engelen van de GD kunnen maagdarmwormen een productieverlies opleveren van 1 kilo melk per dier per dag. Het lijkt er volgens hem op dat er nog meer besmettingen zijn. Ook in omringende landen zijn er signalen dat er meer maagdarmwormen voorkomen.
Als antistoffen worden aangetoond in melk, betekent dat nog niet dat er ook ziekteverschijnselen bij het vee zichtbaar zijn. De tankuitslag kan de veehouders helpen een bestrijdingsplan op te stellen.
Dat kan bijvoorbeeld door beweiding te veranderen en dieren later uit te scharen, gras te maaien of de graasduur te verkorten. Te veel behandelen tegen maagdarmwormen kan een averechts effect hebben, waarschuwt de GD.





